Te Plak deelnemer: Pauline Kick

Locatie: de Woonbok

Het gevoel van verleden als herinnering heeft altijd kracht
Het is een gevoel van vreemdheid dat deel uitmaakt van de menselijke conditie

Turf was belangrijk om in het gebied rondom Nij Beets te overleven van vader op zoon en van moeder op dochter. Daar waar je geboren werd groeide je op, de ambachten (werkzaamheden) gingen vaak weer van vader op zoon door. En als dochter vormde je net als je moeder weer een gezin.

In Nij Beets was dit een harde werkelijkheid, hard en zwaar werken, uitbuiting, en het leven in armoede. Een harde werkelijkheid waar “je huis” nog de enige veilige haven was. Daar was je te plak, in je eigen wereld, met degenen die je lief zijn.
Turf was belangrijk om te overleven, vaak de enige vorm van inkomsten ook al kun je daar je vraagtekens bijzetten. Het turf werd met de hand opgegraven in de nabijheid. Drooggelegd en tot handzame turf verhandelt. Opgestookt door heel Nederland. In je eigen huis kon je je zorgen maken, je zorgen uiten, foeteren, huilen en liefhebben, en vooral je kwetsbaarheid uiten. Maar alles bleef binnen de 4 muren van je eigen plak.
Langzaam veranderde de economie, de vraag naar turf liep terug en verlaten gebieden bleven achter. Het werd stiller en stiller op de veengronden. De turfwinningsgebieden liggen er verlaten bij en de natuur neemt het over. De natuur neemt revanche. De verlaten petgaten groeiden uit tot imposante natuurgebieden waar de harde strijd tussen dood en leven en tussen de weerbarstige weersinvloeden en seizoenen zichtbaar is.

Voor de veenarbeider betekent het ook dat hij niet meer terug kan naar zijn kindertijd, naar je eigen plak, en de plak van je grootouders, de plaatsen waar je bent opgegroeid….het is allemaal geheugen.
Elke nieuwe plek is confronterend, en is ook een terugkeer. Een einde dat ook een nieuw begin is.

“On my way”

Het natuurgebied De Deelen waar de nieuw gevormde natuur is ontstaan door de veenarbeider is mijn doel. Mijn wandelschoenen staan klaar, en met mijn rugzak, mijn camera en notitiemateriaal vertrek ik. “On my way”Is voor mij het voelen van de wind en het ruiken van de geur van het landschap, het observeren, het maken van notities en foto’s. Het verzamelen van gevonden objecten of materiaal en de onverwachte ontmoetingen en verhalen. Met mijn camera bevries ik de momenten. Het zijn de elementen die vaak gevormd zijn door de tijd. Het verval, het einde van een zomer waar de natuur stilletjes afscheid neemt van zijn hoogtepunt. Zich in grijsheid en verval in alle schoonheid mij weet te verrassen. Hier liggen de verhalen van de turfarbeider, de gesprekken die zij wellicht hebben gevoerd zijn langzaam opgelost en de roep van de vogels hebben het overgenomen. Dit heeft voor mij een sterke verwantschap met het geheugen van het landschap.
Voor mij ontstaan de beelden dankzij mijn wandelingen. In mijn atelier ga ik de beelden, de teksten en notities vorm geven, er zullen beelden ontstaan , teksten ontstaan die ik bewerk. Met een beamer zal ik dit projecteren in een de turfbok bij het Damshûs. Hier leefde het gezin, op het water, naar mate dat de tijd verstreek en de karige verdiensten de turfbok vaak te weinig onderhoud kreeg was men genoodzaakt deze definitief op het land neer te zetten. De turfbok is een sobere ruimte waar alleen nog enkele sporen verwijzen naar de tijd en zijn leven van de veenarbeider. De projectie zal plaatsvinden rechtstreeks op de wand, zonder gebruik te maken van een projectiescherm. Het zou kunnen dat een sobere tafel en stoelen fysiek een onderdeel zullen zijn van de projectie.
Herinneringen die verdwijnen.
Voor mij is het een zoeken naar het moment van het “er zijn” en het “verdwijnen”.
Een synthese in beeld aangaan. Een beeld die nieuwe herinneringen oproepen.